Herinnert u zich deze nog…? (deel 3) Van stof ontdaan… Paters jezuïeten en franciscanen… van stof ontdaan

Deze week het derde deel op de website, elke dinsdag, en in de digitale nieuwsbrief, de vrijdag erop volgend, van deze serie. Verhalen, artikelen, foto’s uit eerder verschenen boekjes ‘Denkend aan vroeger…’; ‘Missie geslaagd’; ‘Van stof ontdaan’ en ‘Twee palen brood en één kruik koffie’ krijgen hier wekelijks een plek en dan gekoppeld aan de actualiteit van die weken anno 2026. Altijd leuk om ze weer eens te herlezen en weer te bekijken. Maar misschien heeft u / heb jij bij het verschijnen van deze boekjes er toen geen aandacht aan besteed. Duik dus mee in vroegere parochiële jaren en heeft u / heb jij aanvullende informatie, laat het de webredactie maar weten op het alom bekende e-mailadres. In deze derde aflevering gaat het om Louis de Sonnaville, de Katwijkse muziekpater op Het Heerenschool. Met zijn muziekideeën was hij een voorloper van de muziekplannen van koningin Maxima. Onderstaand verhaal werd met deze foto’s opgenomen in het boek ‘Van stof ontdaan’ van oud-parochiaan Harry Fennes uitgegeven november 2012. Veel leesplezier! 

De Sonnaville… een pater jezuïet waar muziek in zat

Een legendarische Katwijker, die in de vergetelheid is geraakt! Louis De Sonnaville (1837 – 1914), een pater jezuïet, was vanaf 1860 tot aan zijn dood in 1914 werkzaam in het vroegere R.K. Gymnasium voor ‘Jongeheeren uit den beschaafden stand’ (1831 – 1928). Dit werd ook wel het St. Willibrordus College genoemd en het was gelegen aan het Overrijn te Katwijk aan den Rijn. Binnen de Katwijkse gemeenschap kreeg dit internaat de naam ‘Het Heerenschool’ mee. Vanaf 1966 is op deze locatie het verpleeghuis ‘De Wilbert’ gehuisvest, onderdeel van de stichting met de naam ‘Marente’.
Pater De Sonnaville was aanvankelijk leerling van dit gymnasium en gaf toen al blijk van een organisatorisch talent. Daarmee zou hij later als priester en docent muziek en aardrijkskunde aan ‘Katwijk’ nog zoveel diensten bewijzen. Het vak muziek en de beleving van de muziek was uitermate belangrijk op het gymnasium.
Als muziekleraar werd hij landelijk bekend als uitvinder van een eigen methode welke ‘Systeem De Sonnaville’ werd genoemd. Het was een methode die hij ontwikkelde om het verband tussen noten en pianotoetsen bij te brengen. Dat gold voor zijn leerlingen op het gymnasium en ook op scholen elders in het land. Deze waren voornamelijk gelegen in Amsterdam en enkele andere grote steden. Pater De Sonnaville was naast de ‘muziekpater’ ook een echte reizende pater.   
Zijn unieke muzieksysteem bleef niet hangen in de hoek van de hobbyisten, integendeel. Niemand minder dan Willem Kes, stichter van het Concertgebouworkest, propageerde dit voortreffelijke muzieksysteem.

Muziekvrienden onder elkaar

Een Nederlands componist en hij leefde van 1862 – 1921 en bij leven bevriend met pater de Sonnaville. Hij schreef ook over muziek en daardoor ontstond het contact tussen beiden.

Zo was pater Louis De Sonnaville in 1876 ook met enige vrienden van de ware kerkmuziek actief en besloten ze in dat jaar met een groep geestverwanten een landelijk tijdschrift voor kerkmuziek te gaan uitgeven. Dit werd ten doop gehouden als ‘St. Gregoriusblad. Tijdschrift tot bevordering van kerkelijke Toonkunst’. Dit gezelschap vertegenwoordigde geen bisdom of kerkelijke opleiding en stichtte kort daarna de ‘Nederlandsche St. Gregorius – Vereniging’ waarvan de statuten eind 1877 door de Nederlandse bisschoppen werden goedgekeurd. Dat deze vereniging nog bestaat, ook na jaren met woelige muzikale baren, geeft ook weer het unieke van deze Katwijkse muziekpater aan.   

Landelijk bekend en geroemd

Het Utrechts Nieuwsblad besteedde in haar uitgave van vrijdag 1 februari 1907 op het tweede blad aandacht aan zijn zeventigjarige verjaardag. Daar was te lezen in de rubriek ‘Kunst, Letteren en Wetenschappen’: ‘De heer L. de Sonnaville, algemeen als pater de Sonnaville bekend, vierde gisteren zijn 70sten geboortedag. Men weet dat pater de Sonnaville op het gebied van het elementaire muziekonderwijs zeer veel heeft gedaan. Hij is de uitvinder van het tegenwoordig wijd vermaarde Sonnaville-systeem, stellig het beste systeem om het muzieklezen en de beginselen der theorie vlug te leeren. De resultaten van het systeem, waarvan de waarde door onze beste musici reeds erkend is, zijn inderdaad bewonderenswaardig. Pater de Sonnaville is, ondanks zijn hoogen leeftijd, nog ijverig bezig. Geregeld iedere week geeft hij in het Concertgebouw in Amsterdam een cursus; Woensdag hebben zijn leerlingen aldaar hem zeer gehuldigd; ook mej. Catherina van Rennes en de heeren Alphons Diepenbrock en Mengelberg waren er om den grijsaard geluk te wenschen’. Stond deze pater nu wel of niet in het maatschappelijke leven want wie zijn deze drie gasten op zijn verjaardagsfeest?
Catharina van Rennes startte in 1884 een lespraktijk voor kinderen. Zij ontwikkelde een lesmethode die de belevingswereld van het kind centraal stelde. ‘Muziek leren moest voor de kinderen een soort spel zijn’, aldus Van Rennes. Met dit doel componeerde ze verschillende vertellingen aan de piano zoals ‘De avonturen van Pop Topsy’, ‘De poppenbruiloft’ en ‘Het Alfabet aan de piano’. Af en toe liet zij haar leerlingen zelf versjes schrijven waarvan ze de beste in haar ‘Rooie Boekje’ noteerde en van muziek voorzag. Zij heeft later zelfs prinses Juliana muziekles gegeven in het paleis en in het ‘Rooie Boekje’ zijn ook twee versjes van de prinses opgenomen.

Joseph Wilhelm Mengelberg (1871 – 1951) was een Nederlandse dirigent die van 1895 tot 1945 aan de leiding stond bij het Concertgebouworkest van Amsterdam. In 1895 werd hij uitgenodigd om de bekende Willem Kes bij dit orkest op te volgen. Willem Kes had het Concertgebouworkest omgevormd tot een gedisciplineerd beroepsorkest. Zijn vader was architect en beeldhouwer en onder andere in Katwijk bekend van het leveren van het hoog- en Ignatiusaltaar voor de oude kapel van Het Heerenschool wat later het missiecollege werd. Helaas is dit alles met het bombardement in de oorlogsjaren verloren gegaan.


Alphons Diepenbrock was één van de grootste Nederlandse componisten en hij schreef over muziek en andere onderwerpen. Zijn doorbraak bij het grote publiek kwam in 1902 met de uitvoering van het ‘Te Deum’ onder leiding van Willem Mengelberg.
Hij was dus de derde gast bij het verjaardagsfeest en van 1895 – 1945 de vaste dirigent van het Concertgebouworkest in Amsterdam. Hij volgde de eerder genoemde Willem Kes op in 1895. Over de gehele wereld heeft hij gedirigeerd en hij was in die jaren ook bevriend met Gustav Mahler.
Het jaar 1907 werd voor pater Louis De Sonnaville een memorabel jaar. In het jaarboekje van oud – Leiden over dat jaar staat bij 25 oktober 1907 gemeld: ‘Gouden jubileum van den pater de Sonnaville, als lid der Sociëteit van Jezus. De leeraar aan het Gymnasium te Katwijk aan den Rijn werd benoemd tot officier in de orde van Oranje-Nassau’.   
Pater de Sonneville overleed in 1914 in Katwijk op 77 – jarige leeftijd, alwaar hij vermoedelijk ook begraven zal zijn op de toenmalige begraafplaats aldaar van de paters jezuïeten.

De muziekkist van de pater van stof ontdaan

Zijn muzikale vondsten zijn bijna een eeuw na zijn overlijden ook ‘van stof ontdaan’ doordat een archivaris bij een wandeling in de magazijnen van de pas geopende Centrale Bibliotheek in Amsterdam in het halfduister struikelde over een grote eikenhouten kist. Hij opende hem en trof een aantal merkwaardige voorwerpen aan. De bibliothecaris ging op onderzoek uit. Hij ontdekte dat de voorwerpen meer dan een eeuw geleden waren gemaakt in opdracht van een Katwijkse muziekdirecteur: pater Louis De Sonnaville. Wie was deze pater? Waarvoor dienden die voorwerpen? Aan wie had de kist met inhoud toebehoord? En hoe was hij terechtgekomen in de kelder onder de bibliotheek? Frank Verbeek, de bibliothecaris, maakte er een expositie van. De inhoud van de kist was in mei en juni van het jaar 2012 te zien samen met de resultaten van het onderzoek. De tentoonstelling in de Centrale Bibliotheek in Amsterdam gaf antwoord op vele vragen, maar niet op alle.

Het mysterie van het verdwenen Cavaillé – orgel

Voor gebruik in de kapel van het voormalige St. Willibrordus College te Katwijk aan den Rijn, werd in 1886 een orgel geplaatst dat voortkwam uit het atelier van de grote negentiende eeuwse bouwer Aristide Cavaillé – Coll (1811-1899). Het zal u niet bevreemden dat juist pater De Sonnaville zich bijzonder heeft ingezet om een dergelijk instrument met slechts vier stemmen, in Katwijk gerealiseerd te krijgen. Het werd daarmee het kleinste instrument van zijn handen, dat een bestemming in ons land heeft gevonden. Op zijn verzoek werden er twee, gratis, spiegels bijgeleverd te weten voor de organist en de dirigent. Door de bemoeienis van de Franse consul in Nederland, wiens twee zoons op het St. Willibrordus College hebben gestudeerd, en van pater Louis De Sonnaville kwam deze wereldberoemde orgelbouwer toch in het kleine Katwijk aan den Rijn terecht.

Bij de verhuizing van de paters jezuïeten naar de Raamweg in Den Haag in 1928 werd dit mooie orgel meegenomen. Het markante gebouwencomplex van architect P.G. Buskens, riant bekleed met klimop, staat er nog steeds en werd later in gebruik genomen door Interpol. Welk een contrast, van waaruit vroeger veelbelovenden werden opgevoed, gevormd en op de maatschappij losgelaten, daar zijn het nu de minderbelovenden die worden opgespoord, gegrepen en aan de maatschappij onttrokken.

Volgens de heer Piet de Jong, oud – Katwijker en ook de vader en grootvader van de apothekers De Jong, die als pianoleraar van het R.K. Gymnasium het orgel van 1920 – 1940 bespeelde, zou het instrument in 1940 toen de locatie aan de Raamweg ontruimd moest worden op last van de Duitse bezetter, elders in den Haag zijn opgeslagen. In 1945 was het in handen van de bekende orgelbouwer Pels uit Alkmaar (leverde eerder ook het oude orgel bij ons in de kerk) en later heeft het orgel ook nog dienst gedaan in onder andere de Grote Kerk te Leeuwarden. Bij de liquidatie van de firma Pels in 1971 is het orgel aangekocht door een particulier die het thans, in gedemonteerde toestand, nog steeds in zijn bezit moet hebben…

De vraag is nu of het in 1940 door de jezuïeten is verkocht of hebben de Duitsers na de inbeslagname van het gebouw aan de Raamweg dat jaar het orgel van de hand gedaan? Heeft iemand een gouden muzikale tip, laat het de webredactie maar weten. Na de verdwenen begraafplaats in Katwijk is dit een tweede mysterie… een muzikale in dit geval!

Dit bericht is geplaatst in Nieuws item, Nieuwsberichten. Bookmark de permalink.