
Deze week het vijfde deel op de website en in de digitale nieuwsbrief van deze serie. Verhalen, artikelen, foto’s uit eerder verschenen boekjes ‘Denkend aan vroeger…’; ‘Missie geslaagd’; ‘Van stof ontdaan’ en ‘Twee palen brood en één kruik koffie’ krijgen hier wekelijks een plek. Altijd leuk om ze weer eens te herlezen en weer te bekijken. Maar misschien heeft u / heb jij bij het verschijnen van deze boekjes er toen geen aandacht aan besteed. Duik dus mee in vroegere parochiële jaren en heeft u / heb jij aanvullende informatie, laat het de webredactie maar weten op het alom bekende e-mailadres. In deze vierde aflevering gaat het om de bouw van onze kerk in zeven maanden tijd, van 18 oktober 1910 tot 15 mei 1911. Bijna 116 jaar geleden begon deze bouw. Dit was eerder opgenomen in het boekwerkje ‘Denkend aan vroeger’ van parochiaan Richard Hulmer, uitgegeven december 2022 b.g.v. 175 jaar parochie in 2021. Deze aflevering verscheen op 10 mei van dat jaar. Veel leesplezier!

‘Een kar ratelt over de keien’, deze zin uit een liedje van Wim Sonneveld kent u vast wel. Zo moet het ongeveer ook geweest zijn halverwege het jaar 1910. Een nieuwe kerk vanaf 18 oktober in aanbouw, met alle voorbereidingen die daarbij hoorden. En natuurlijk overlast voor de buurtbewoners. Maar geen gemopper, want het gebouw moest een verrijking worden voor het Rijndorp. Er moest een hoop materiaal worden aangevoerd en dat ging in die tijd voornamelijk met paard en wagen. Per schip kwamen de stenen en balken en al het andere materiaal aan in de Overrijn naast de Roskam en via de Turfmarkt ging het door de Voorstraat naar de bouwplaats, naast de al bestaande begraafplaats.
Dank aan de inzet van vele werkelozen

Gelukkig mochten veel werkelozen uit het Rijndorp meewerken voor wel f 1,- per dag. Dat was niet eens zo slecht. Ter vergelijking, een rijksveldwachter verdiende toen f 7,50 per week. Er was ook een bouwkeet geplaatst en daar op een werktafel lagen de tekeningen van het gebouw inclusief van de gewelven (Cuypers paste voor het eerst in 1853 weer gemetselde gewelven toe) en de kerktoren. Die laatste tekening werd aangepast, want voor nog een extra verdieping op de toren was helaas geen geld meer. Toch zou de toren ruim 47 meter hoog worden, en te zien zijn en blijven in heel Katwijk en omstreken. De architect Jean Groenendael liet de bouw over aan zijn broer, die ervaring had met de bouw van kerken, zeker kerken in een neogotische stijl. Typisch voor deze bouwstijl zijn de hoge gewelven, de hoge ramen en de steunberen aan de buitenkant.
Ook fossielen kwamen in onze kerk
Wat heel veel mensen nu nog steeds zal verbazen, zijn de tien pilaren waar de gewelven op rusten. Deze kwamen uit de Ardennen, een steengroeve aan de rivier de Ourthe, vandaar de naam ‘petit basalt d’ Ourthe’. In de pilaren kan je ook nog fossielen zien van kleine beestjes en ook visjes en schelpen. Maar nu de vraag: ,,Hoe zijn deze massieve pilaren in Katwijk aangekomen en hoe zijn ze bij de bouwplaats beland?” Dat moet toch een heel karwei geweest zijn en dat allemaal met de weinige hulpmiddelen die toen voorhanden waren? Voor veel bezoekers aan ons kerkgebouw en zeker voor de mensen uit de huidige bouwwereld is dit nog steeds dit de grote vraag. De voorbereidingen gingen gestaag verder en de eerste steen kon worden gelegd. Dinsdag 18 oktober 1910 was het dan zover. Deze eer viel te beurt aan de deken van Leiden.
Er kwam veel meer dan een kerk tot stand….
Nog steeds werden bouwmaterialen aangevoerd. Het zal voor al de mannen die aan de kerk werkten niet zijn meegevallen om alles op de goede plaats te krijgen. Alles moest tenslotte handmatig gebeuren. Je zou je voor kunnen stellen dat mannen met kruiwagens stenen naar de metselaars brachten en anderen met takels gele zogenaamde ‘IJsselsteentjes’ omhoog hesen voor de bouw van de gewelven. Daar stonden ze te metselen op houten stellages. Het totaal moet een geweldig karwei geweest zijn. Ook pastoor Hendriks (1908 – 1921) liep dagelijks op de bouwplaats, hij was tenslotte de bouwpastoor. Het eerste was het baarhuisje op de begraafplaats klaar. De kapel, hier in 1861 geplaatst door de jezuïeten, werd ondertussen afgebroken, maar de grafkelders bleven bewaard. Er werd ook een nieuw hek om het kerkhof aangebracht (het kreeg de naam ‘kerkhof’ als er een kerk aan was verbonden). En er werd ook gewerkt aan de pastorie in Hollandse renaissancestijl, want ja de pastoor moest toch ook ergens wonen en slapen. Er werd keihard doorgewerkt en de bouw vorderde gestaag. Er was geen datum vastgesteld dat het werk af moest, maar dat weerhield niemand ervan om keihard door te werken.

Deze kerk meer dan honderd jaar beeldbepalend in ons Rijndorp

En dan is het zover. Hoera, de vlag kon uit! De H. Joannes de Doperkerk was afgebouwd in slechts zeven maanden tijd. Het is nu nog bijna onvoorstelbaar, maar het is gelukt en hoe. Een mooie, maar voor katholieke begrippen sobere kerk, was het resultaat. Veel inventarisstukken uit de zaalkerk van de Groote Steeg werden hergebruikt (hoofdaltaar als zijaltaar, preekstoel, kerkbanken, communiebank, doopvont, beelden van H. Joannes de Doper en H. Jeroen en de klok. Dan volgde op 15 mei 1911 de inwijding van het nieuwe kerkgebouw door Mgr. Callier, de bisschop van Haarlem. Eindelijk konden de parochianen samenkomen in hun nieuwe parochiekerk. En na meer dan honderd jaar kan dat gelukkig nog steeds. Dat is ook de reden waarom we dat jaarrond groots hebben gevierd van september 2010 – september 2011. Wilt u het mysterie weten van de door pastoor Hendriks geschilderde bekende parochianen voor zijn kruiswegstaties? Volgende week vertel ik u er alles over.
Richard Hulmer